Agility

 

Nuttige tips en weetjes

voor je Agility-carrière

 

 

Wanneer trainen we?

Donderdag

  Binnenterrein Buitenterrein
18.45 – 19.15 Pre-agility  
19.15 – 20.30 Beginners Gevorderden
20.30 – 21.45 Stuurgroep  

 

Zondag

  Binnenterrein Buitenterrein
9.15 – 9.45 Pre-agility  
9.45 – 11.00 Beginners Gevorderden
11.00 – 12.15 Stuurgroep Gevorderden

 

Het opbouwen en afbreken van de toestellen hoort ook bij de training. Gelieve dus op tijd toe te komen. Dit is voor iedereen het minst fijne aan agility, maar vele handen maken een groot werk klein.

Voor geleiders die eerst nog een andere les gevolgd hebben, of instructeurs die zelf net les gegeven hebben, kan een uitzondering gemaakt worden.

Opgelet!!! Zelf ga je ook niet sporten zonder degelijke opwarming. Voor onze honden, is agility echt wel topsport, en dus is ook voor hen een degelijke opwarming onontbeerlijk. Voorzie voldoende tijd, en warm je hond goed op. Het allerbelangrijkste hierbij is beweging: rondwandelen of lopen, gedurende 15 minuten, is geen overbodige luxe. Andere, aanvullende oefeningen, zijn bijvoorbeeld je hond achtjes laten draaien tussen je voeten, of in twee richtingen rond zijn of haar as laten draaien. Ook veelvuldige, snelle houdingswissels (vooral van liggen naar zit en van zit naar staan), kunnen onderdeel uitmaken van een uitgebreide opwarming. Stappen of lopen blijft echter de basis van de opwarming. Op deze manier zal je hond veel beter voorbereid aan de training kunnen starten, en verlaag je ook het risico op blessures. Apporteren is op zich al een explosieve activiteit, en kan je pas gaan doen na minstens 15 minuten opwarming.

Benodigdheden

  1. Goed schoeisel voor de geleider
  2. Een speeltje: ons favoriete wondermiddel
  3. Kleine snoepjes: voorzie een voorraadje, want met een stuk of 10 kom je niet ver
  4. Een vaste halsband met sluiting: geen slipketting of -touw
  5. Een lichte leiband (ca. 1,20m), om je hond te leiden (we werken niet met correcties, aangezien dit onaangename prikkels zijn)

Agility = Fun

Het moet prettig zijn voor de hond, voor de geleider, en voor het publiek, en moet dit ook altijd blijven. Daaruit volgt dat er niet gestraft mag worden op of nabij de toestellen. Spelen met de hond is de sleutel tot succes.

Gebruik van een speeltje of snoep kan zeer handig zijn

  • Het speeltje:

    • Waarom?

      • Als lokmiddel bij het aanleren van de toestellen afzonderlijk

      • Lokmiddel bij het aanleren van combinaties (vooruit, links, rechts, kruisen)

      • Beloning

      • Opdrijven van de snelheid

    • Hoe werp je het speeltje?

      • Wanneer de hond het toestel neemt

      • Recht voorbij het toestel

      • 3 à 4 meter achter het toestel

      • Laag bij de grond

      • Als alternatief voor het werpen van het speeltje, kan je dit ook op de Target Box plaatsen.

    • Ondoordacht gebruik van het speeltje kan het nadeel hebben dat de aandacht van de hond afgeleid wordt van het echte Agility-spel.

  • Het snoepje:

    • Waarom?

      • Lokmiddel bij het aanleren van toestellen afzonderlijk

      • Vooruit werken met de Target Box

      • Raakvlaktraining

      • Beloning

    • Hoe? In je hand of op de Target Box

    • We werken steeds met zeer kleine snoepjes, die snel te verorberen zijn (geen minuut kauwen) en niet snel een verzadigd gevoel geven (honger is de motivatie).

    • Geef de hond geen eten vlak voor de training: honden slapen liever na het eten, en motiveren met snoepjes zal niet al te best lukken wanneer de hond geen honger heeft.

    • Veiligheidshalve laat je best minimum 3 uur tussen maaltijd en training, dit om maagkanteling te voorkomen.

Bevelen

  • Bevelen moeten consequent gebruikt worden, en wanneer je eenmaal je bevel voor een bepaalde opdracht gekozen hebt, moet je je hier ook aan houden. Hou er rekening mee dat bevelen best zoveel mogelijk in klank verschillen, en zo kort mogelijk zijn, zodat ze voor de hond steeds duidelijk te onderscheiden zijn, en je verwarring vermijdt.

  • Bevelen worden weliswaar niet geroepen, maar moeten toch een zekere autoriteit en duidelijkheid uitstralen en het de hond moeilijker maken om ze te negeren. Het verschil tussen een actiebevel en een beloning moet goed te horen zijn. Zeg dus niet alles op dezelfde toon.

  • Bevelen moeten steeds op het juiste ogenblik gegeven worden. Je volgende bevel moet komen wanneer de hond het toestel nog aan het nemen is. Bij het springen betekent dat, dat de hond al moet weten waar hij naartoe moet VOOR hij landt. Uitzondering hierbij zijn staartloze honden. Indien dit bij jouw hond het geval is, zal een van de instructeurs je hierover meer uitleg geven.

Wat steeds in de les moet vermeden worden

  • Foutief nemen van een hindernis: op training dient elke fout hersteld te worden.

  • Een toestel nemen op eigen initiatief: Wanneer je de hond toelaat om een toestel te nemen, zonder dat dit gevraagd wordt, gaat de hond op den duur zijn eigen parcours lopen.

  • Eindigen met een fout: Zelfs wanneer de hond een oefening niet uitvoert, mag er nooit gestopt worden op deze fout. We laten de hond dan iets doen dat hij wel goed kan, zodat we hem uitgebreid kunnen belonen, en de les op een positieve noot kunnen beëindigen.

De verschillende klassen

Pre-agility

De bedoeling is hier om jou en je hond de nodige vaardigheden aan te leren, zodat je vlot mee kan in de beginners lessen. De pre-agility lessen bestaan uit een reeks van 6 workshops. Er komt telkens een ander thema aan bod. De bedoeling is dat je met de oefeningen die wij je aanreiken, thuis aan de slag gaat. Binnen 1 reeks (12 lessen) komt elke workshop 2 maal aan bod. Dit geeft ons de kans om jouw vooruitgang te evalueren, en om een beetje bijsturing te geven waar nodig. Omdat je dus veel huiswerk krijgt, herhalen we hieronder even kort alle oefeningen, zoals je die in de pre-agility klas tegenkomt.

  • Raakvlaktraining: Dit komt in elke les aan bod.

    • Neem een kistje of box. Wanneer deze een glad oppervlak heeft, leg je er best een antislip matje op. De hoogte is best vrij laag. 10 tot 15 cm is ideaal (maximum 20).

    • Plaats de box in het begin tegen de muur, of rekruteer een Chinese vrijwilliger om er naast te komen staan. Zelf ga je aan de andere kant naast de box staan. Naast wil zeggen zo dicht ertegen, dat je hond geen andere keuze heeft dan over de box te lopen wanneer je hem met een snoepje lokt. Wanneer de hond de beide voorpoten op de grond zet, en de beide achterpoten staan op de box, beloon je hem heel uitbundig. Kies een geschikt bevel (bijvoorbeeld “touch” of “vlak”). Wanneer de hond in de juiste houding komt staan, herhaal je dit bevel met veel bevestiging, zowel met de stem als met snoepjes.

    • Het is de bedoeling dat je hond dit volledig zelfstandig leert uitvoeren: dit wil zeggen dat je het loksnoepje op termijn weglaat, en de hond zelf de juiste houding aanneemt. Als dit goed gaat, neem je zelf iets meer afstand van de box. Als ook dat goed lukt, zet je de box verder en verder van de muur weg.

    • Wanneer je de moeilijkheidsgraad verhoogt, door geleiding van jezelf en de muur te verminderen, kan het wel zijn dat je weer even terug moet helpen met een snoepje. Probeer dit echter zo snel mogelijk terug af te bouwen.

    • Het loksnoepje en geleiding weglaten, betekent echter niet, dat ook de beloning mag wegvallen. Na elke goede uitvoering, moet er steeds uitgebreid beloond worden.

    • Thuis oefen je met de box, maar op de training wordt steeds minstens 1 raakvlak op de grond gelegd, waarop je dan ook kan oefenen. Begeleid de hond over het raakvlak, en werk de oefening op dezelfde manier af als thuis met de box. Indien nodig, spreek je een instructeur aan op aan de andere kant van het raakvlak mee te begeleiden.

  • Basisoefeningen met het paaltje:

    • Hier leren wij je aan hoe je de hond rond het paaltje stuurt. Eerst sta je hierbij vlakbij, en help je indien nodig met een snoepje.

    • De bedoeling is wel dat je hondje dit alleen leert doen. Daarom ga je alleen in de eerste training je hond echt er rond lokken. Vanaf dat je hier thuis mee aan de slag gaat, hou je het snoepje in de buurt, maar je hond volgt dit niet meer met zijn neus. Hij moet nu zelf gaan bedenken wat er van hem verwacht wordt. Geef het bevel, en laat hem eventjes denken en proberen. Pas wanneer het echt absoluut niet lukt, ga je heel langzaam met het snoepje in de richting van het paaltje. De meeste honden snappen dan de bedoeling al voor jouw hand zelf maar tot bij het paaltje geraakt.

    • Je gaat zelf geleidelijk aan verder en verder van het paaltje staan, waardoor je hond leert om rond het paaltje te gaan lopen vanaf steeds grotere afstanden. Denk eraan dat je deze oefening met een jong hondje (jonger dan 14 maanden) nooit te lang achter elkaar uitvoert. 3 minuten per dag is zeker voldoende. Anders loop je het risico dat je de rug overbelast.

  • Target training met speeltje of snoep:

    • Plaats de hond om te beginnen op 2 tot 3 meter van de Target Box.

    • Leg je lokmiddel op de box: Hierdoor is dit beter zichtbaar, dan wanneer je hond tussen het gras moet gaan zoeken. Zorg dat je hond goed kan zien dat jij zijn favoriete snoepje of speeltje daar legt.

    • Ga terug tot bij de hond, en stuur hem met een bevel (bijvoorbeeld “vooruit”) naar de Target Box.

    • Indien nodig zet je zelf nog een stap mee in de juiste richting.

    • Wanneer je hond dit kan zonder jouw hulp, bouw je langzaam de afstand tot bij de Target Box op.

    • Uiteindelijk is het de bedoeling dat jouw hond vanop grote afstanden naar de Target Box toe loopt (minstens 21 meter), onafhankelijk van jouw positie. Dit kan voor, achter, of op grote afstanden links of rechts van de Target box zijn.

  • Links-rechts met speeltje of snoep:

    • Lok de hond met een snoepje of speeltje langzaam naar links of naar rechts. De bedoeling is dat de hond rond zijn as draait, en dit leert doen bij het juiste bevel.

    • Het speeltje of snoepje waarmee je de hond lokt, moet je zo snel mogelijk achterwege laten. De meeste honden hebben na twee trainingssessies genoeg aan een wijzende hand, zonder lokmiddelen.

    • Voer in het begin de beweging langzaam genoeg en groot genoeg uit, zodat je hond goed de bedoeling snapt, en voldoende ruimte heeft om de beweging vlot en comfortabel uit te voeren.

    • Kies 1 kant uit, waarop je traint, en blijf hierbij gedurende je trainingssessie. De volgende training kan je eventueel de andere kant kiezen. Pas wanneer je hond de oefening volledig zelfstandig uitvoert (zonder hulp of lokken of gebaren), kan je de twee door elkaar gaan trainen. Wanneer je hiermee start kan het zijn dat je hond even een geheugensteuntje nodig heeft. Een klein handgebaar, of zelf maar in de juiste richting leunen, is meestal voldoende. Zorg altijd dat je het absolute minimum aan hulp biedt, zodat je hond zoveel mogelijk zelf moet nadenken.

    • Net als de oefening met het paaltje, moet je hier ook weer opletten met jonge honden (jonger dan 14 maanden). 3 minuten per training is voldoende.

    • Op een aangelijnde wandeling kan je ook steeds het bevel links en rechts gaan gebruiken, wanneer je afdraait. Op die manier geraakt je hond ook vertrouwd met het bevel in een andere context.

    • Houd er rekening mee, dat wanneer je een bevel links of rechts gebruikt, dit de links of rechts van de hond is, niet van jou. Wanneer jij en je hond met het gezicht naar elkaar staan, is voor hem links, wat voor jou rechts is.

  • Sprongen op polshoogte:

    • Dit kan je enkel thuis oefenen wanneer je zelf sprongen aankoopt (zeker geen verplichting), of maakt (al helemaal geen verplichting).

    • Plaats de sprongen op minstens 5 meter van elkaar, en plaats de Target Box 5 meter achter de laatste sprong.

    • Plaats de hond, in een houding naar keuze (maar wel mooi recht voor de rij sprongen!!!) aan een sprong, en ga een lokmiddel op de Target Box plaatsen.

    • Als je vooruit wil werken naar de Target box kan je de hond alleen vooruit sturen, of zelf mee lopen. Als je mee loopt, moet je op voorhand zelf de juiste startpositie kiezen (ver genoeg naast de hond zodat je zelf mooi rechtdoor kan lopen zonder tegen de sprongen te botsen).

    • Je kan ook oefenen op het oproepen over een of meerdere sprongen.

    • In alle bovenstaande situaties moet je de afstand langzaam opbouwen.

  • De tunnel en de zak zijn de enige dingen die je niet thuis kan oefenen, maar de meeste honden hebben dit ook absoluut niet nodig. De lessen waarin dit aan bod komt, zouden voldoende moeten zijn om dit toestel vlot aan te leren.

Om over te kunnen gaan naar de beginners, moet je voldoen aan volgende criteria:

  • Je kan de hond vooruit sturen naar de Target Box, over 4 sprongen.

  • Je kan 3 sprongen in een molentje nemen, in beide richtingen.

  • Je hond voert de touch uit op een box, zonder hulp.

  • Je kan de hond naar het paaltje sturen over een afstand van 3 meter.

  • Je hond kan de buis en de zak nemen, waarbij de buis in een bocht mag liggen.

De oefeningen die je in deze klas geleerd hebt, kan je gedurende de carrière van je hond blijven uitbreiden en verfijnen. Dit vergt een investering van tijd en energie van jullie beiden, maar je zal er zeker de vruchten van plukken. Voor hulp of raad hierbij mag je altijd een van de pre-agility instructeurs aanspreken.

Beginners

Hier leren jij en je hond om ook samen de andere toestellen te nemen. Verder bouwen we de spronghoogte op tot competitiehoogte, of wanneer dit om medische redenen niet mogelijk is voor jouw hond, springt hij of zij op een aangepaste hoogte. Jullie zullen leren om samen meerdere toestellen achter elkaar te nemen, waarbij langs beide zijden van je hond moet kunnen werken, en je leert ook om van zijde te wisselen.

Om over te kunnen gaan naar de stuurgroep, moet je voldoen aan volgende criteria:

  • Alle toestellen, met uitzondering van de weave, kunnen volledig zelfstandig uitgevoerd worden.

  • Jij en je hond kunnen een kort parcours afleggen van 5 toestellen, waaronder minstens 1 raakvlaktoestel.

  • Jullie kunnen een slalom over 3 sprongen uitvoeren.

  • Je kan tussen trekken.

  • Je kan achter de hond kruisen, of voor de hond uit een Belgische wissel uitvoeren in een kort parcours.

  • Je hond kan zelfstandig de band nemen op volle snelheid.

  • Je hond neemt de sprongen op hoogte indien fysiek mogelijk.

  • Je hond kan ook een sprong “rond” nemen, op hoogte. Dit moet nog niet in een parcours toegepast worden.

Stuurgroep

Hier leren jij en je hond moeilijkere parcours samen afleggen. De oefeningen die je in de beginners leert, worden hier uitgebreid, en in langere, moeilijkere parcours toegepast. Er worden ook meer technische zaken aangeleerd, zoals Frans wisselen, tussen duwen, etc. Verder leer je ook een parcours verkennen, en zul je zelf moeten leren beslissen wat voor jou en je hond de beste looplijn is, in een parcours waar er meerdere mogelijkheden zijn. Verder wordt de training van de weave vervolledigd, zodat je hond ook dit volledig zelfstandig kan.

Om over te kunnen gaan naar de gevorderden moet je voldoen aan volgende criteria:

  • Weave met schuine ingang

  • Volledig zelfstandig weaven op minstens 2 m afstand

  • Frans wisselen, en correcte keuze kunnen maken uit verschillende opties

  • Rond, slalom, en tussen duwen en trekken kunnen uitvoeren in een parcours

Gevorderden

Jij en je hond zijn nooit uitgeleerd. Gedurende de trainingen in de gevorderden, wordt er verder gewerkt en verfijnd aan de samenwerking tussen jou en de hond (timing, lichaamstaal, positie,…). Verder zullen jullie ook moeilijkere parcours leren afleggen, en kun je blijven werken en uitbreiden aan zaken zoals weave en raakvlakken. Wie hier interesse in heeft, kan ook een TAP afleggen, en wedstrijd gaan spelen. We zijn met een bescheiden groepje wedstrijdspelers, die regelmatig samen wedstrijd lopen, maar plezier blijft voorop staan, zowel in het parcours als aan de kant. Dit is ook zeker geen must. Wie recreatief aan agility wil doen met de hond, blijft bij ons ook zeker en vast welkom. Bijleren, samen met je hond plezier maken, en aan jullie samenwerking en band blijven werken, blijft ten slotte voor ons allemaal het hoofddoel.

Wedstrijd

Misschien denk je ‘daar ben ik niet in geïnteresseerd’ of ‘dat is nog ver weg’. Of je nu later wedstrijdspeler wordt of gewoon recreant blijft, sommige zaken zijn interessant om te weten.

Officiële parcours

  • Vast parcours: hierin kunnen alle erkende toestellen opgesteld worden (raakvlaktoestellen)

  • Jumping: hierin kunnen alle erkende toestellen opgesteld worden uitgezonderd de raakvlaktoestellen

 

Strafpunten

Fouten: een fout is het niet correct uitvoeren door de hond van wat wordt verwacht

Af-of omwerpen van een deel van de hindernis

5 punten

Missen van een raakvlak

5 punten

Van de wip springen voor deze de grond raakt

5 punten

De tafel verlaten voor de telling beëindigd is

5 punten

Tussen de start- of finishpaaltjes lopen (geleider)

5 punten

De hond opzettelijk aanraken

5 punten

Een toestel aanraken (geleider)

5 punten

Het overschrijden van de SPT*

1 punt per seconde

Weigeringen: een weigering is het niet willen – nog de intentie tonen om te willen – uitvoeren van wat feitelijk wordt verwacht van de hond.

Naast of onder een hindernis lopen, ook overdreven uitwijken

5 punten

Tussen i.p.v. door een band springen

5 punten

Duidelijk stilstaan voor een hindernis

5 punten

Schuin in- of uitspringen van de vertesprong of over de vertesprong wandelen

5 punten

Bij de tunnels een hoofd of poot in en terug uit

5 punten

Niet met 4 poten op het afdalend vlak van de dakschutting of hondenloop

5 punten

Afspringen voor het middelpunt van de wip is overschreden

5 punten

Bij raakvlaktoestellen een poot op het toestel en terug eraf (gebeurt dit op bevel van de geleider dan volgt er echter een uitsluiting = 2de poging op hetzelfde toestel

5 punten

Verkeerde ingang bij de weave

5 punten

Tafel opgaan langs ‘D’ kant

5 punten

Elke weigering dient hersteld te worden

Behalve bij het opgaan van de tafel langs de ‘D’ kant

Uitsluitingen: elke uitsluiting dient door de keurder gesignaleerd te worden (fluitsignaal of dergelijke)

Reglementaire

Disciplinaire

Overschrijden van de MPT*

Onbehoorlijk gedrag van de hond of de geleider tegenover de keurders of medewerkers

Na 3 weigeringen

De hond bevuilt het terrein

Foutief parcours (hond gaat op, over of onder een verkeerde hindernis)

De hond heeft een halsband of iets dergelijks om

Hindernis nemen in een verkeerde richting

De geleider houdt iets in de hand

Niet herstellen van een weigering

De geleider gaat zelf op, over of onder een hindernis

De hond volgt een eigen parcours

Niet afwerken van het parcours

De hond is niet meer onder controle

Hulp van buiten het terrein

*SPT = standaard parcours tijd * MPT = maximum parcours tijd

Kwalificaties

0 – 5.99 Uitmuntend (U)
6 – 15.99 Zeer goed (ZG)
16 – 25.99 Goed (G)
26 — … Niet gekwalificeerd (NG)

 

Categorieën

Small Schouderhoogte tot 34.9 cm
Medium Schouderhoogte van 35.0 tot 42.9 cm
Large Schouderhoogte vanaf 43.0 cm